Ontgrondingen, vergunning

Product informatie

Samenvatting

Ontgronding is het winnen van delfstoffen in zee of op het land. Voor ontgronding, zoals bijvoorbeeld zandwinning, is een vergunning vereist. Bedrijven die delfstoffen willen winnen, kunnen een vergunning bij het rijk of provincie aanvragen. Als u het met een voorgenomen ontgronding niet mee eens bent, kunt hier tegen een bezwaar indienen.

Voorwaarden

Als u werkzaamheden gaat uitvoeren in de bodem op het land of op zee, heeft u mogelijk een vergunning op grond van de Ontgrondingenwet nodig.

In het geval van de Ontgrondingenwet gaat het om de uitvoering van grote werken. Zo is de Ontgrondingenwet niet van toepassing op onder meer de volgende werken

  1. De aanleg en het onderhoud van watergangen niet breder dan 15 meter en niet dieper dan 3 meter.
  2. De normale uitoefening van land-, tuin- of bosbouw en het planten en rooien van bomen, struiken of andere gewassen.
  3. Het maken van, het onderhouden of opruimen van bouwwerken, kelders, graven, het doen van grondboringen of het opruimen van buizen, palen en kabels.
  4. Het maken, onderhouden of opruimen van waterputten, reservoirs, bassins en soortgelijke werken mits het bodemoppervlak niet meer bedraagt dan 50 m², de inhoud niet meer bedraagt dan 50m³ en de grondlagen op 3 meter diepte ongemoeid blijven.

Bij de beoordeling van een ontgrondingenvergunning kunnen diverse belangen worden betrokken. De wet beoogt met name de bodem en het landschap te beschermen tegen de gevolgen van de winning van delfstoffen.

Kleinere werkzaamheden in en op de bodem vallen buiten de werkingsfeer van de Ontgrondingenwet.

Voor het uitvoeren van grootschalige werken als ontgrondingen moet u apart vooroverleg voeren met de provincie of met het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Aan de hand van het concrete werk bepaalt de overheid waaruit de aanvraag moet bestaan.

Gang van zaken

  1. Afhankelijk van de beheerder moet u de vergunning aanvragen bij het Rijk of bij de provincie.
  2. Het is aan te bevelen om met de provincie of met het ministerie van Infrastructuur en Milieu vooroverleg te plegen over uw plannen. Belangrijke vragen zijn dan
    • Of uw werk onder de Ontgrondingenwet valt.
    • Wie de beheerder is van het te ontgronden gebied.
    • Hoe u eventueel een vergunning moet aanvragen.
  3. De provincie en het Rijk berekenen leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag om vergunning of voor het doen van een melding.
  4. De aanvraag om een ontgrondingenvergunning ligt met het ontwerpbesluit gedurende 6 weken ter inzage bij onder meer de gemeenten waar de ontgronding mogelijk gaat plaatsvinden.
  5. Belanghebbenden kunnen gedurende de inzageperiode bedenkingen indienen. Indien een vergunning wordt verleend, kan tot binnen 6 weken na de verlening beroep ingesteld worden bij de Raad van State. Pas na het verstrijken van deze termijn mag u beginnen met het werk.
  6. Indien aan de Raad van State om schorsing is verzocht en dit verzoek is toegewezen, mag u niet met het werk beginnen.

Bedenkingen tegen de aanvraag

U kunt tegen de aanvraag bedenkingen indienen. Als u schade denkt te lijden door de ontginning geeft u dit aan. Uw mogelijke schade wordt bij de afweging meegewogen.

Achtergrond

  1. Als u gaat ontgronden in wateren en wegen die in beheer zijn bij het Rijk moet u een vergunning hebben van het Rijk. Als u gaat ontgronden in wateren en wegen die niet in beheer zijn bij het Rijk moet u een vergunning hebben van de Gedeputeerde Staten van de provincie.
  2. In sommige provincies kunt u volstaan met een melding.
  3. Niet voor alle werkzaamheden is een ontgrondingenvergunning vereist.

Tips

De aanvraag voor de vergunning dient u in bij het Rijk of provincie en niet bij de gemeente. Toch is het verstandig eerst met de gemeente - waarin de ontgronding plaatsvindt - te overleggen. De gemeente heeft een belangrijke stem in de afweging van uw aanvraag.